Aansprakelijkheid van de Geschäftsführer van een Duitse GmbH

20 januari 2015
Tono Wevers
Rechtsanwalt

Aansprakelijkheid van de Geschäftsführer van een Duitse GmbH

De Geschäftsführer is één van de twee belangrijke organen van de Duitse GmbH (naast het andere orgaan, de algemene vergadering van aandeelhouders). Zijn functie is in beginsel vergelijkbaar met die van de bestuurder van een Nederlandse BV. Met name voor wat betreft de persoonlijke aansprakelijkheid van een dergelijke bestuurder zijn er nogal verschillen, die niet over het hoofd mogen worden gezien.

Wat is de positie van de Geschäftsführer?
Anders dan in Nederland moet de Geschäftsführer in Duitsland een natuurlijke persoon zijn; een rechtspersoon zoals een andere BV of GmbH kan dus niet als bestuurder optreden.

Evenals in Nederland is de verhouding tussen de bestuurder en de vennootschap tweeledig. Enerzijds is de bestuurder een orgaan van de GmbH, en maakt dus functioneel deel uit van de rechtspersoon, anderzijds bestaat er ook een contractuele relatie tussen hem en de vennootschap. Deze contractuele verhouding zal meestal zijn geformaliseerd in een arbeidsoverkomst. Indien de GmbH de Geschäftsführer wil ontslaan, dan dient enerzijds een Kündigung te worden uitgesproken van de bestaande arbeidsovereenkomst, anderzijds moet er een besluit door de algemene vergadering van aandeelhouders worden genomen, middels welke de Geschäftsführer van zijn functie wordt ontheven.

Welke aansprakelijkheidsrisico’s bestaan er voor de Geschäftsführer?
Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de interne aansprakelijkheid (jegens de GmbH) en de externe aansprakelijkheid (jegens derden). Daarnaast kan er ook sprake zijn van strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de Geschäftsführer voor zijn gedrag.

De interne aansprakelijkheid kan voortvloeien uit de wet en/of uit de arbeidsovereenkomst.

Extern, jegens contractpartners, van de GmbH kan er sprake zijn van aansprakelijkheid van de Geschäftsführer, indien bijvoorbeeld de inhoud van de gepubliceerde jaarstukken misleidend is.

Indien de Geschäftsführer namens de GmbH overeenkomsten met derden sluit, terwijl hij weet of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de GmbH aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen niet zal kunnen voldoen, is hij persoonlijk schadeplichtig jegens deze gedupeerde derden. Dit is overigens ook het geval bij niet-tijdige nakoming van de fiscale verplichtingen van de GmbH.

Maatstaf van de aansprakelijkheid
De bestuurder is persoonlijk aansprakelijk, indien hij niet handelt met de ‘Sorgfalt eines ordentlichen Geschäftsmannes’, dus niet handelt zoals een goed bestuurder betaamt.

Een cruciale verplichting van de bestuurder van een Duitse GmbH is de verplichting om tijdig eigen aangifte van insolventie te doen, indien de GmbH dreigt failliet te gaan. Hij is dus verplicht zelf het faillissement van de GmbH aan te vragen, zodra hij wetenschap heeft van óf een overmaat aan schuldenlast (zogeheten Überschuldung) óf van betalingsonmacht (Zahlungsunfähigkeit) van de GmbH. Wordt door de bestuurder nagelaten om binnen een termijn van drie weken (!) vanaf het moment van voormelde wetenschap zelf aangifte te doen, dan kan hij persoonlijk voor de schulden van de GmbH worden aangesproken. Daarnaast is hij in dat geval ook aansprakelijk voor een deel van de kosten van de insolventieprocedure.

Tenslotte kan het niet inachtnemen van de vereiste zorgvuldigheid zelfs een strafbaar feit opleveren. Handelt een Geschäftsführer in strijd met zijn verplichtingen als bestuurder, dan zal het openbaar ministerie (Staatsanwaltschaft) in Duitsland hem vervolgen en aanklagen (de meeste Staatsanwaltschaften hebben zelfs een eigen afdeling voor zogeheten Wirtschaftskriminalität). Anders dan wellicht in Nederland het geval is, zal er zeer zeker een diepgaand strafrechtelijk onderzoek plaatsvinden. Ook de curator zal in elk faillissement serieus onderzoeken of er wellicht sprake is van persoonlijke aansprakelijkheid en / of strafbaarheid van één van de bestuurders. Dit laatste kan leiden tot forse geldboetes, maar ook gevangenisstraffen kunnen worden opgelegd.

Een aandeelhouder kan persoonlijk aansprakelijk zijn, indien de vennootschap geen bestuur (meer) heeft en de aandeelhouder kennis heeft van betalingsonmacht c.q. overmaat aan schuldenlast van de GmbH.