Bevoegdheid onrechtmatig website auteursrecht

5 mei 2015

Bevoegdheid onrechtmatig website auteursrecht

De rechter in de plaats waar een website toegankelijk is, is bevoegd kennis te nemen van de vordering op grond van een onrechtmatige/inbreuk makende content op deze website.

Op 22 januari 2015 heeft het Hof van Justitie een belangrijke uitspraak gedaan over de bevoegdheid van de rechter in grensoverschrijdende inbreuken op het auteursrecht van een auteursrechthebbende.

In Europees verband geldt de zogenaamde EEX verordening, die de bevoegdheid van de rechter regelt. In het bijzonder staat daarin aangegeven welke rechter in Europa in de regel bevoegd is kennis te nemen van een bepaalde vordering. Dit is in ieder geval in alle zaken de rechter in de plaats waar de verweerder woont.

In een aantal gevallen zijn er daarnaast ook nog andere rechters bevoegd, zoals onder meer in geval van een arbeidsovereenkomst en in consumentenzaken.

Op basis van de EEX verordening is bij onrechtmatige daad (derhalve ook bij inbreuk op auteursrecht/merkenrecht of andere intellectuele eigendomsinbreuken) bevoegd de rechter van de plaats waar het schade brengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen.

Deze laatste bepaling heeft tot veel juridische discussie geleid in sommige gevallen tot de vraag wat moet worden verstaan onder “de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen”.

Het gaat er dan in dit verband om, dat de schade is veroorzaakt of geleden in het rechtsgebied van de aangezochte rechter.

Anders kan dit liggen indien de schade zich op meerdere plaatsen, kan hebben voorgedaan bijvoorbeeld ingeval de plaats waar de schade intreedt ligt op het gebied van verschillende nationale staten.

Voor wat betreft schending van persoonlijkheidsrechten, zoals grensoverschrijdende belediging heeft het hof van Justitie al in 2012 beslist dat in een dergelijk geval de vordering kan worden voorgelegd aan de rechter van de plaats waar de uitgever van het blad waarin de belediging is opgenomen, is gevestigd.

Daarnaast kan de schade worden gevorderd voor de rechter van de plaats waar de publicatie is verspreid.

Voor wat betreft schending van persoonlijkheidsrechten door content op een website is in 2012 door het Hof van Justitie beslist (Wintersteiger/Products 4U), dat bevoegd zijn om van een dergelijke vordering kennis te nemen de rechter van de staat waar de uitgever van de content is gevestigd of de rechter van de staat waar zich het centrum van de belangen van de benadeelde bevindt, de plaats waar een persoon het centrum van zijn belangen heeft is meestal zijn gewone woonplaats ook kan de vordering worden gebracht voor de rechter van staat op het grondgebied waarvan de op internet geplaatste content toegankelijk is of is geweest. Bij deze laatste rechter kan alleen de schade worden gevorderd die in die staat is geleden.

De rechter van de lidstaat waar de vermeende inbreukpleger is gevestigd is altijd bevoegd, maar in geval dat een inbreuk middels een inbreuk makende content op een website die ook toegankelijk is in een andere staat is ook de rechter in die andere staat bevoegd. De rechter is dan alleen in zoverre bevoegd voor wat betreft de schade die in die staat wordt geleden.

Het ging in het op 22 januari berechte geval om foto’s die door een Duits bedrijf gevestigd te Düsseldorf in strijd met het auteursrecht van een in Wenen woonachtige auteursrechthebbende werd gepubliceerd op een Duitse website. Deze Duitse website was echter ook toegankelijk in Oostenrijk. Daarom kon ook in de woonplaats van de fotografe (de auteursrechthebbende) (Wenen) de vordering worden ingesteld.

Het feit dat het om een Duitse website ging die niet specifiek gericht is op Oostenrijk deed niet ter zake. De advocaat van de inbreukmaker had aanknoping gezocht bij de rechtspraak voor wat er voor wat betreft bijvoorbeeld de rechterlijke bevoegdheid in consumentenzaken.

In een dergelijk geval is ook de rechter bevoegd van het land waar de consument gevestigd in is indien hij een overeenkomst heeft gesloten met een professionele partij gevestigd in andere staat, mits deze professionele partij zijn activiteiten ontplooit in de lidstaat waar de consument woont of richt op het land waar de consument woont.

De Weense fotografe heeft het Duitse bedrijf gedagvaard voor de Weense rechter. Deze bevoegdheid werd betwist. De vraag was vervolgens of de Weense rechter bevoegd was om een oordeel te geven in deze zaak, terwijl de verwerende partij in Duitsland gevestigd was.

De foto’s waren op een website gepubliceerd die werd geëxploiteerd onder een Duitse toplevel domein (.de) en niet op Oostenrijk was gericht.

Het hof concludeerde dat de rechter van de plaats waar de schade is ingetreden bevoegd is om kennis te nemen van een aansprakelijkheidsvordering en dat deze bevoegdheid voor wat betreft op de website gepubliceerde foto’s bestond omdat die website raadpleegbaar was in het rechtsgebied van de aangezochte rechter. Deze rechter mag dan slechts uitspraak doen over de schade die is veroorzaakt op het grondgebied van zijn eigen lidstaat.

Overigens was deze uitspraak te verwachten.

In geval van merkenrecht is bij inbreuk op een merk middels een website zowel bevoegd de rechten van de EEX staat waar het merk is ingeschreven als ook de rechter van de EEX staat van de plaats waar de adverteerder, dat wil zeggen degene die de advertentie op website plaatst is gevestigd.