Het Europese Hof over de verklaring voor recht in CMR-zaken

27 december 2013
Joost Wery
Advocaat

Het Europese Hof over de verklaring voor recht in CMR-zaken

Op 19 december 2013 heeft het Europese Hof van Justitie (HvJ EU) een belangrijke uitspraak gedaan over het CMR-verdrag. De zaak ging om de verklaring voor recht in een Nederlands-Duitse kwestie. Het Bundesgerichtshof (BGH), de hoogste Duitse rechter, had in 2003 geoordeeld dat ladingeigenaren in Duitsland een vordering tegen vervoerders mogen instellen, ook als er in Nederland al een verklaring voor recht procedure aanhangig was en zelfs als er al een Nederlands vonnis was. Daarmee was de verklaring voor recht procedure in gevallen waarin ook in Duitsland kon worden geprocedeerd, vrijwel zinloos geworden.

Het HvJ EU oordeelt nu dat deze Duitse uitleg niet juist is. De Duitse rechter moet – ongeacht de uitspraak van het BHG – een eerder Nederlandse vonnis of een eerder aanhangig gemaakte Nederlandse procedure erkennen. Dat betekent dat, als de zaak voldoende verband heeft met Nederland, het voor wegvervoerders en hun verzekeraars weer zinvol is om een Verklaring voor recht procedure bij de Nederlandse rechter aanhangig te maken. De verklaring voor recht procedure is dus terug van weggeweest.