Oneerlijke handelspraktijken

18 juli 2017

Oneerlijke handelspraktijken

Op basis van een Europese richtlijn uit 2004 is in Nederland per 15 oktober 2008 in werking getreden de regeling oneerlijke handelspraktijken.

Een handelspraktijk is misleidend indien informatie wordt verstrekt die feitelijk onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden al dan niet door de algemene presentatie van die informatie, onder meer ten aanzien van de aard van het product, de voornaamste kenmerken, de prijs en de wijze waarop de prijs wordt berekend.

Daarnaast kan er ook door weglating sprake zijn van een oneerlijke handelspraktijk dat wordt gekwalificeerd als een misleidende omissie.

Een misleidende omissie is iedere handelspraktijk waarbij essentiële informatie welke de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, wordt weggelaten, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.

In oktober 2016 deed het Europese Hof van Justitie een uitspraak over een misleidende omissie gedaan.

Het Hof heeft daarbij overwogen dat rekening moet worden gehouden met de context waarin de handelspraktijk plaatsvindt.

Een handelspraktijk waarbij de prijs van een product in meerdere componenten wordt opgesplitst en waarbij een component op de voorgrond wordt geplaatst moet als misleidend worden beschouwd.

Het ging hierbij om de wijze van presentatie van de prijs door een handelaar.

De prijs die de consument moest betalen bestond zowel in de maandelijkse kosten als halfjaarlijkse kosten die diende te worden voldaan.

De betrokken presentatie was aldus dat een deel van de prijs duidelijk bij de aanbieding van het product in het oog sprong, terwijl het andere component van de prijs onduidelijk was vermeld.

In dat geval moet worden onderzocht door de rechter of de gemiddelde consument uit de boodschap kon opmaken dat hij bij het nemen van een abonnement behalve de maandelijkse kosten nog andere kosten diende te betalen. Indien de consument daardoor op het verkeerde been kan worden gezet kan er sprake zijn van een oneerlijke handelspraktijk. Op basis van een oneerlijk handelspraktijk kan de consument schade vorderen of de overeenkomst vernietigen op basis van dwaling.

Daarbij werd wel opgemerkt dat beperkingen qua tijd die een bepaald communicatiemedium zoals televisiereclame kan meebrengen in aanmerking moeten worden genomen bij de beoordeling of de handelspraktijk misleidend is.