Werknemer loopt door onjuist advies van rechtsbijstandverzekeraar mogelijk een ontslagvergoeding van ruim € 100.000,00 mis.

3 januari 2018

Werknemer loopt door onjuist advies van rechtsbijstandverzekeraar mogelijk een ontslagvergoeding van ruim € 100.000,00 mis.

Einde arbeidsovereenkomst door onjuist advies

Een werknemer werd door een jurist die in dienst was van zijn rechtsbijstandverzekeraar bijgestaan in een arbeidsgeschil met zijn toenmalige werkgever. Door een onjuist advies heeft de werknemer ingestemd met een einde van zijn dienstverband door ondertekening van een vaststellingsovereenkomst, zonder dat in de overeenkomst enige vorm van een ontslagvergoeding was opgenomen. De werknemer is achteraf van oordeel dat hij onvoldoende en onjuist is geïnformeerd over zijn mogelijkheden, kansen en procesrisico’s en dat hij daarom niet in staat was om een weloverwogen beslissing te nemen.

De casus

Een 61-jarige docent Criminologie aan een Hogeschool wordt door zijn werkgever op non-actief gesteld, omdat hij per e-mail tentamentips aan deeltijdstudenten zou hebben doorgespeeld. De docent ontkende niet dat hij zijn studenten tips had gegeven. De tips waren echter gebaseerd op een examen dat recentelijk door de voltijdstudenten was afgelegd en een examen voor de deeltijdstudenten (op dezelfde vestiging) mag nooit hetzelfde zijn.

De werkgever stelt zich op het standpunt dat uit e-mailverkeer tussen de werknemer en de toetsontwikkelaar wel degelijk zou volgen dat de werknemer bekend was met de inhoud van het examen voor de deeltijdstudenten en wel voordat de tips werden gegeven.

De werknemer had een 12-jarig dienstverband en verder positieve beoordelingen (hij was zelf twee keer uitgeroepen tot docent van het jaar). Hij wendt zich tot zijn rechtsbijstandverzekeraar voor advies.

De werknemer vraagt zijn zaakbehandelaar gericht om juridisch advies over onder andere zijn recht op een eventuele ontslagvergoeding, hoe hij een pensioengat van 4 jaar kan voorkomen en stelt verder vragen over zijn uitkeringsrechten. De werknemer dringt in het bijzonder aan op inzage in zijn personeelsdossier en dat zijn zaakbehandelaar een ontslagvergoeding namens hem vraagt in de onderhandelingen met zijn werkgever.

Het standpunt van de zaakbehandelaar komt er – kort samengevat – op neer, dat de werknemer ‘de schijn tegen’ heeft, dat de zaakbehandelaar geen gronden ziet om zonder onderbouwing een torenhoge vergoeding te vragen en dat de ontslagvergoeding bovendien verminderd wordt met de WW-uitkering en de bovenwettelijke uitkering van de werknemer. Er wordt door de zaakbehandelaar geen dossier opgevraagd bij de werkgever en de werknemer moet zelf maar berekeningen van zijn ontslagvergoeding maken.

Uiteindelijk stemt de werknemer op basis van het advies van zijn zaakbehandelaar in met een einde van zijn dienstverband.

Het oordeel van de rechtbank

Omdat de werknemer niet meer kan terugkomen op de regeling die hij met zijn werkgever heeft getroffen, stelt hij zijn rechtsbijstandverzekeraar aansprakelijk. De rechtbank oordeelt in de aansprakelijkheidskwestie dat de zaakbehandelaar tekort is geschoten jegens de werknemer. De zaakbehandelaar heeft nagelaten om het dossier bij de werkgever op te vragen, dit te bestuderen en bij aanvang van de zaak een op maat gesneden advies uit te brengen, een berekening van een eventuele ontslagvergoeding te maken en de werknemer te informeren over de diverse mogelijke scenario’s en uitkomsten in deze zaak. Immers, enkel de ‘schijn tegen hebben’ is onvoldoende om het dienstverband te kunnen beëindigen.

Verder heeft de zaakbehandelaar de werknemer ook onjuist geïnformeerd over de omstandigheden waaronder een ontslagvergoeding kan worden toegekend en heeft deze  de hoogte van de WW-uitkering en de bovenwettelijke uitkering in verhouding tot de hoogte van de ontslagvergoeding overschat.

De rechtbank overweegt dat de werknemer in het meest waarschijnlijke scenario een ontslagvergoeding (volgens het oude recht) van de kantonrechter zou hebben ontvangen en begroot de schade van de werknemer op een bedrag van € 114.924,44 bruto.

Conclusie 

Uit deze zaak volgt dat het loont om tijdig deskundig advies in te winnen indien sprake is van een arbeidsrechtelijk geschil. Hebt u het gevoel dat uw belangen niet voldoende worden behartigd, wacht dan niet tot het te laat is en schakel tijdig één van de arbeidsrechtspecialisten van de Dijks Leijssen Advocaten & Rechtsanwälte in.