Wijziging van de aanduiding van een procespartij

5 december 2013

Wijziging van de aanduiding van een procespartij

HR d.d. 13 december 2013 (ECLI:NL:HR:2013:1881) (Montis/Goossens) gaat over een dagvaarding, die is uitgebracht uit naam van een vennootschap die door fusie was opgehouden te bestaan. Zijn er herstelmogelijkheden? Hoge Raad gaat om en komt terug van HR 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN7324, NJ 2005/222.

Voortaan zullen bij de beoordeling of de aanduiding van een procespartij kan worden gewijzigd nadat de procedure in een volgende instantie aanhangig is gemaakt, de volgende regels gelden:

(i) Een procedure in een volgende instantie dient in beginsel plaats te vinden tussen de partijen uit de vorige instantie;

(ii) Indien een procedure in een volgende instantie aanhangig is gemaakt, kan een verschenen partijwijziging verzoeken van haar aanduiding in de procedure op de grond dat een vergissing is begaan in die aanduiding of een partijwisseling heeft plaatsgevonden;

(iii) Het verzoek is toewijsbaar, tenzij de wederpartij stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat zij daardoor onredelijk in haar belangen wordt geschaad (vgl. art. 122 lid 1 Rv);

(iv) Indien de wederpartij niet in de door het rechtsmiddel ingeleide procedure is verschenen, beveelt de rechter dat zij wordt opgeroepen teneinde zich over het verzoek tot wijziging uit te laten.

In het onderhavige geval heeft Goossens niet gesteld dat zij door toewijzing van het verzoek van Montis onredelijk in haar belangen wordt geschaad. Het verzoek van Montis wordt dan ook toegewezen. Het ontvankelijkheidsverweer van Goossens wordt dus verworpen.