Civiele procedure

Wat houdt een civiele procedure in?

Een civiele procedure is een procedure waarin een partij op basis van de regels in het Burgerlijk Wetboek een vordering geldend wil maken tegen een andere partij.

Een civiele procedure begint in de regel door middel van een dagvaarding, waarin is neergelegd wat gevorderd wordt van de andere partij en ook op welke gronden. Degene die de vordering instelt, is de eiser en de andere partij de verweerder. De verweerder kan vervolgens reageren door het indienen van een conclusie van antwoord. Daarna vindt in beginsel een mondelinge behandeling plaats, een zogenaamde comparitie. De rechter kan partijen gelasten na de conclusie van antwoord nog eens beiden schriftelijk te reageren door een conclusie van repliek en dupliek, waardoor de procedure uitvoeriger wordt. In een aantal gevallen begint de procedure met een verzoekschrift gevolgd door een verweerschrift.

In de meeste juridische procedures zijn partijen het niet eens over een aantal voor de procedure belangrijke feiten, zin welk geval door de rechter bewijslevering wordt gelast. Een partij, die een vordering instelt – de eiser – moet de feiten waarop deze vordering is gebaseerd bewijzen. De verweerder zal in de regel de feiten die hij ten grondslag legt aan zijn verweer moeten bewijzen. In geval van een technisch vraagpunt kan de rechter een deskundige benoemen, die dan de rechter moet adviseren middels een deskundigenrapport.

Nadat partijen hun standpunten middels conclusies aan de rechter kenbaar hebben gemaakt en een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden kan de rechter middels een tussenvonnis bewijs opdragen of een deskundige benoemen.

De duur van een procedure
Uitgaande van het rolreglement, waarin de termijnen voor de reacties van partijen en de periode waarbinnen een vonnis moet worden gewezen zijn vastgelegd, zal een procedure in de regel tussen de 7 en 12 maanden in beslag nemen. Eén en ander is afhankelijk van de vraag of er nog bewijs moet worden geregeld en of de rechter naar aanleiding van bepaalde stellingen van de andere partij nog een nadere schriftelijke reactie gelast.

Bij veel Rechtbanken die overbezet zijn, worden langere termijnen voor schriftelijke reacties en vonniswijziging in acht genomen, zodat dan een procedure ongeveer anderhalf jaar in beslag kan nemen.

De kosten van een civiele procedure
De kosten van een civiele procedure bestaan voornamelijk uit het honorarium van de advocaat, de aan de rechtbank te betalen griffierechten, de kosten van de deurwaarder voor het uitbrengen van de dagvaarding en in geval er een deskundige wordt benoemd, de kosten van de deskundige.

Bij het aanhangig maken van een vordering bij een rechtbank of gerechtshof moet er een zogenaamd griffierecht worden betaald, waarvan de hoogte afhankelijk is van de hoogte van de vordering.

De actuele hoogte van het griffierecht kan gevonden worden op www.rechtspraak.nl (griffierechten).

Daarnaast dienen de kosten van de advocaat te worden voldaan. In de regel wordt er op basis van een uursalaris gerekend. Een uursalaris ligt gemiddeld tussen de € 180,00 en € 240,00, afhankelijk van het belang van de zaak. Een en ander wordt vermeerderd met 6% kantoorkosten en BTW.

De kosten van een procedure laten zich moeilijk inschatten en zijn uiteraard afhankelijk van de wijze waarop de rechter de procedure laat verlopen.

De kosten zijn ondermeer afhankelijk van de vraag of de rechter bewijsopdrachten geeft en hoeveel getuigen er dan komen en van het aantal processtukken dat moet worden ingediend.

In een aantal gevallen kan een vast bedrag worden afgesproken.

Een civiele bodemprocedure
In beginsel worden in een bodemprocedure twee processtukken ingediend. Door de eisende partij een dagvaarding en door de verweerder een conclusie van antwoord. De rechter kan partijen gelasten hun standpunt schriftelijk toe te lichten.

Een bodemprocedure is een normale procedure waarin diverse processtukken worden ingediend. Telkens krijgt de andere partij voor het indienen van de processtukken in beginsel een termijn van zes weken. Vervolgens zal de rechter een vonnis wijzen. Dit kan een tussenvonnis zijn, waarbij aan partijen bewijs wordt opgedragen, dan wel een eindvonnis.

Indien een tussenvonnis wordt gewezen, worden er eerst bijvoorbeeld getuigen gehoord, waar de rechter een eindoordeel geeft.

Hoger beroep
Hoger beroep is altijd mogelijk tenzij de vordering beneden een bepaalde waarde ligt en in een beperkt aantal gevallen is hoger beroep uitgesloten.

De behandeling in hoger beroep is in de regel korter dan in eerste aanleg. In hoger beroep worden in de regel alleen een memorie van grieven en een memorie van antwoord genomen, gevolgd door de uitspraak van het hof.

Het hof kan echter ook (opnieuw) partijen in de gelegenheid stellen getuigen te laten horen of een deskundige benoemen, in welk geval de procedure even lang is als een procedure in eerste aanleg.

Kort geding
In een aantal gevallen is een kort geding mogelijk.

Het betrokken probleem, de vordering, moet dan spoedeisend zijn in de zin dat een onmiddellijke beslissing door de rechter is vereist en de zaak niet kan wachten op een uitspraak in een bodemprocedure, omdat anders onherstelbaar nadeel dreigt.

Bovendien moet de zaak om in kort geding behandeld te kunnen worden duidelijk zijn. In een kort geding bestaat in de regel geen mogelijkheid tot het horen van getuigen.

Voorlopig getuigenverhoor
In een aantal gevallen kunnen getuigen al worden gehoord voordat een procedure wordt aangevangen. Daardoor kan duidelijkheid ontstaan of een vordering haalbaar is, in de zin dat het daardoor duidelijk kan worden of de eisende partij zijn vordering zal kunnen bewijzen. Een voorlopig getuigenverhoor vindt plaats voor de rechtbank en daarvoor is nodig dat aan de rechtbank een verzoek wordt gericht.

Proceskansen
Proceskansen zijn afhankelijk van de vraag of partijen hun stellingen kunnen bewijzen in samenhang met de juridische haalbaarheid van de vorderingen.